Een klok waarvan de laagste vijf partialen de relatieve reeks c1 - c2 - es2 - g2 - c3 vormen. Deze partialen dragen de eigennamen grondtoon, priem, kleine terts, kwint en octaaf. De slagtoon van deze klok is c2 die echter niet identiek is aan de priem c2. Vooral in luidklokken kunnen grote afwijkingen tussen de partialen voorkomen, in het bijzonder voor de priem, tot meer dan een halve toon. Zie ook niet-octaafklok. Boven het octaaf bevinden zich de minder belangrijke partialen, gewoonlijk volgens de toonreeks e2 - f2- - f2+ - g2 - a2 - b2 - c3+. Hierin staat - voor een kleine verlaging en + voor een kleine verhoging. Deze boventonen worden achtereenvolgens genoemd grote deciem, eerste undeciem, tweede undeciem, duodeciem, grote tredeciem, grote kwartdeciem en dubbeloctaaf.
